Nieuws

Innovatiecafé ‘Brandstof of grondstof?’, dinsdagmiddag 6 november


Jaarlijks wordt er in de provincie ruim 200 kiloton aan organische reststromen 'geproduceerd' afkomstig uit landbouw en landschap.

Het LEADER programma Holland Rijnland ‘Op weg naar een Healthy Region’ wil bijdragen aan de transitie naar een circulaire economie. Onderdeel van deze transitie is om grondstoffen en reststromen zolang mogelijk en zo hoogwaardig mogelijk in de kringloop te houden. Dit vergt een omslag in denken, handelen en organiseren.

Land- en tuinbouw en agro-industrie in onze regio worden primair gezien als leverancier van voedsel, maar in feite zijn zij schakels in een netwerk waarin vele ketens met elkaar zijn verbonden. Samen met bosbouw, openbaar groen en natuur- en landschapsbeheer zijn ze bronnen van biomassa voor voedsel, veevoer, geneesmiddelen, chemicaliën, vezels, materialen en brandstoffen.

Het gaat hierbij om substantiële volumes: Metabolics heeft b.v. becijferd dat het Groene Hart jaarlijks zo’n 159 kiloton organische reststromen oplevert. Daar komen nog eens 63 kiloton aan slootmaaisel en bermgras en 21 kiloton aan agrarische reststromen bij.

De inzet van biomassa c.q. organische reststromen uit ons landschap als grondstof voor de productie van bijvoorbeeld bouwmaterialen en verpakkingen, ter vervanging van de nu gebruikte traditionele fossiele- en niet-recycleerbare grondstoffen, kan een belangrijke bijdrage leveren aan het reduceren van het gebruik van fossiele brandstoffen en kritieke grondstoffen.

Producenten die deze reststromen gebruiken of willen gebruiken voor duurzame biobased producten, geven aan dat de marktvraag nog ontbreekt of zeer beperkt is. Redenen hiervoor zijn onder meer de onbekendheid van de markt met nieuwe producten en de hogere kostprijs. Primaire grondstoffen zijn immers nog relatief goedkoop.

Een andere factor die de ontwikkeling van biobased producten remt, is het gegeven dat de overheid, vanwege het duurzame energie- en klimaatbeleid, biomassa wel stimuleert voor energietoepassingen, maar niet voor toepassingen in producten. De huidige stimulering van biomassa als bron van hernieuwbare energie is een belangrijke duw in de juiste richting en blijft nodig. Tegelijkertijd moet er geïnnoveerd worden in nieuwe, meer hoogwaardige toepassing van reststromen.

Maar innovatie is niet genoeg. Er moeten rondom productinnovaties ook nieuwe ketens worden gebouwd of bestaande ketens worden aangepast. Nieuwe/vernieuwde ketens kunnen alleen ontstaan als ze functionaliteit en waarde toevoegen of goedkoper zijn dan bestaande ketens. Of als overheidsbeleid deze nieuwe toepassingen via interventies in de markt stimuleert. LEADER Holland Rijnland is een Europees subsidieprogramma dat ingezet zou kunnen worden voor de ontwikkeling van nieuwe businesscases en productenketens.

Maar er is meer nodig. Overheden, bijvoorbeeld, kunnen de markt over het dode punt heen helpen door circulaire, biobased producten economisch aantrekkelijker te maken of het minder duurzame alternatief minder aantrekkelijk te maken. Door op te treden als launching customer voor nieuwe biobased toepassingen (waarvoor nog weinig aanbod is) of als circulair inkoper.

Ondanks de huidige onzekerheid in de markt, zijn er ook in onze regio al praktische voorbeelden te vinden van ondernemers die bezig zijn met de ontwikkeling en vermarkting van nieuwe, biobased producten. Van de ervaringen van deze pioniers kan uiteraard enorm veel geleerd worden over de do’s en don’ts van nieuwe toepassingen van (organische) reststromen.

Om die reden organiseert LEADER Holland Rijnland samen met haar partners Economie071, Groene Hart werkt!, LEADER Polders met Waarden en LEADER Weidse Veenweiden op

dinsdagmiddag 6 november a.s.  vanaf 15:00 uur een Innovatiecafé “Brandstof of grondstof? Kansen voor het verwaarden van biomassa uit landschap in de regio”.

Locatie: PLNT, Langegracht 70, Leiden.

Het café zal worden ingeleid door Leon Joore van het Natuurvezel Applicatie Centrum.  Hij zal ingaan op de eindeloze mogelijkheden om vezelige reststromen een tweede leven te geven.

Jan-Willem Dol, oprichter van onder meer Beeblue, zal ingaan op de stappen (en valkuilen) die gezet moeten worden om rondom circulaire producten ketens te vormen.

Daarna is het woord aan de praktijk. Tjibbe Winkler van het Grondstoffen Collectief Almere laat zien hoe je ideeën en kansen omzet in producten en business cases.

Noor Doucet Industrial Designer bij Velopa uit Leiderdorp, tenslotte, is onze lokale held. Zij legt uit hoe Velopa bezig is om straatmeubilair circulair te produceren.

Aansluitend gaat het café open en is er volop gelegenheid om in kleinere groepen te brainstormen over nieuwe toepassingen van biomassa uit landschap.

We hopen dat deze bijeenkomst de opmaat vormt voor nieuwe coalities en nieuwe ideeën. Vanuit het LEADER programma bestaat de mogelijkheid om deze ideeën een flinke duw in de rug te geven.

 

Deelname aan het Innovatiecafé is gratis. Vanwege het beperkte aantal plaatsen, is het raadzaam om u zo snel mogelijk aan te melden

Laatste nieuws

In 2017 heeft gemeente Lisse de Toekomstvisie voor Lisse in 2030 geschreven. Deze ideeën worden nu uitgewerk. Hoe ziet ondernemerschap eruit in Lisse? Hoe past dit bij de kwaliteiten van Lisse? En natuurlijk moeten we ook keuzes maken.



logo-economic-boardNa een hoopvolle zomer gaan we met de nieuwste maatregelen helaas weer een stap terug de coronacrisis in. Onderzoeksbureau Blaauwberg schetste ons eerder al de drie fasen van een epidemiologische crisis: de fase van de hamer (lockdown), de fase van de dans en de overgangsfase. In welke fase we ons komende maanden begeven is op dit moment helaas nog lastig in te schatten. Terug naar een intelligente lockdown?

[Klik hier en lees meer op de site van het Economic Board]



Voorkom-tweede-lockdown-Covid-19

De toename van het aantalCOVID-19 besmettingen is onrustbarend. Als het zo door gaat raakt de zorg opnieuw overbelasten zal het kabinet niet anders kunnen dan nieuwe maatregelen nemen. Al dit weekend wordt daarover gesproken. Een tweede lockdown dreigt, met alle draconische gevolgen voor ondernemers, werknemers en de economie van dien. Als ons gedrag niet verandert, wordt het ongelofelijk lastig om dat te voorkomen.